“Goede muziek”, wat criteria

In een commentaar op een van mijn jaarlijsten schreef ik hier eerder dat ik nog eens dieper in wilde gaan op de criteria voor deze lijsten, wat min of meer neerkomt op een verhaal over waarom ik de muziek die ik goed vind, zo goed vind. Met de eerste kandidaat voor de jaarlijst van 2016 lijkt me het een mooi moment om daar eens over uit te wijden. Niet enkel voor mijzelf, ik vind het ook interessant hoe anderen denken over wat muziek goed maakt. Esthetische theorieën hebben mij hier nooit zo mee kunnen helpen, wellicht vindt iemand hier inspiratie in om zijn eigen ideeën uit te werken (en te delen). Het blijft allemaal persoonlijk, subjectief, enzovoorts, maar juist daardoor kun je er goed over discussiëren.

Bloodiest BloodiestBloodiest en vernieuwing binnen een conservatief genre
Bloodiest klinkt ongezellig, en zo klinkt de muziek eigenlijk ook. Maar je hoeft geen metalliefhebber te zijn om te weten dat muziek niet altijd gezellig hoeft te zijn om goed te zijn. Deze plaat, net vers van de pers, viel mij vorige week in positieve zin op, omdat Bloodiest weet te vernieuwen in de metal, een ietwat stagnerend genre dat sowieso al overwegend conservatief is. Het geluid dat de band op het debuut in 2011 en het nieuwe album laat horen komt tot stand met traditionele metalinstrumenten, maar de samensmelting is veel minder gebruikelijk. De zang is rauw en ongedefinieerd, de songstructuren zijn onvoorspelbaar, en alles heeft een geheel eigen karakter. Dit soort originaliteit is belangrijk; de dingen net even anders doen, ook al speel je met elementen die al decennia oud zijn. Niet alleen is het prijzenswaardig als je de eerste bent om iets te doen, wat getuigt van visie zowel als de daadkracht om je ideeën tijdig vorm te geven, maar ook is het voor de luisteraar een unieke ervaring, want: het is nog niet eerder gedaan.

Shining BlackjazzEen ander album uit mijn lijst met favorieten is Blackjazz, het baanbrekende album van de Noorse band Shining waarop men een poging doet blackjazz, een geheel nieuw genre, leven te geven. Pretentieus, maar niet onterecht, want grenzen worden overschreven, door bijzonder gebruik van synthesizers en de saxofoon binnen een kader dat progressieve metal combineert met een geluid dat je zou kunnen herkennen als nu-metal. Maar zo nieuw is dit ook weer niet. Wie al luisterde naar Naked City – Torture Garden (1990!) hoort een vergelijkbaar recept. Maar het perfectioneren van zo’n recept, zoals Shining dit in 2010 deed, is een ander verhaal. 

Experiment op zichzelf is namelijk niet per se goed. Sommige experimenten vergeten dat er ook nog een song geschreven moet worden, of breken zodanig met bestaande conventies dat er helemaal geen touw meer aan vast kan worden geknoopt. Om deze reden wil ik nog enkele andere criteria noemen. Wat Shining al in zijn beginjaren deed is bijvoorbeeld het fuseren van bestaande elementen, waardoor iets nieuws ontstaat.

Kendrick Lamar en het samensmelten van genres485433.300
Originaliteit is het doen van iets wat nog niet eerder gedaan, oftewel; nieuw is. Maar iets nieuws doen kan ook bestaan uit het combineren van het oude. Voorbeelden hiervan zijn er genoeg te noemen, maar ik beperk me hier tot een recente: Kendrick LamarTo Pimp a Butterfly. Dit album maakte afgelopen jaar grote indruk op mij, niet alleen door de sterke teksten en “flow” (genrespecifieke criteria), maar ook doordat hip hop er op unieke wijze op wordt gecombineerd met soul en andere genres. We horen verschillende samples uit de jaren zestig en zeventig, alsmede nieuwe geluiden die hier mee samengaan als ware ze voor elkaar gemaakt. Zelfs reggae en jazz vinden hun weg geheel natuurlijk op To Pimp a Butterfly. Zo eert het album ook zijn muzikale voorgeschiedenis.

Daft Punk Random Access MemoriesDaft Punk en het kennen en eren van je geschiedenis
Echter, één album spant wat het eren van muzikale geschiedenis de laatste jaren de kroon. Op Random Access Memories hoorden we een muzikale basis uit de jaren tachtig, zeventig en zelfs zestig, maar zo goed uitgevoerd en geactualiseerd dat het heeft geleid tot twee enorme hits, het welbekende Get Lucky en het praktisch net zo welbekende Lose Yourself to Dance. Niet verrassend dat deze nummers van de hand komen van naast Daft Punk, levende legendes in de dancewereld, disco-veteraan Niles Rogers en zanger Pharrell, die op zijn eigen naam ook al een gigantische staat van dienst heeft. Get Lucky is eigenlijk des te bijzonder, want het is geen leeg reclametrucje, het is een instant klassieker; geweldig geproduceerd, catchy, melodieus, met muzikaal veel meer diepgang dan veel concurrentie uit de top 40. Get Lucky is disco die zichzelf heruitvindt, en herbewijst.

Niet alleen door de samenwerking met de oudjes uit de scene (ook Giorgio Moroder en Paul Williams komen langs) eert Daft Punk zijn geschiedenis, maar ook door simpelweg een goed album te maken dat de eer van het genre hooghoudt. Een verschil met het maken van een EDM-remix, iets waar het duo ook voor had kunnen kiezen en waar veel producers in dat genre zich toe laten leiden.

Nero Welcome Reality.jpg…en dan nog het belang van een goede productie
Eigenlijk is aan al de bovenstaande albums nog een criterium te koppelen, een goede productie. Een passende productie kan de genreoverstijgende potentie van een album waarmaken.

Case in point: Nero‘s Welcome Reality. Dit album mengt dubstep, electro house en andere elektronische genres met invloeden uit jaren tachtig-pop en -electro. Een leuke gimmick voor de liefhebber, dat zou het kunnen zijn. Maar door de package staat Nero net een niveau hoger. En hiermee bedoel ik naast de muzikale productie, die het album geweldig laat klinken op fatsoenlijke apparatuur, ook de hoes, en de samenstelling van het album, die bij de hoes, de muziek en diens thematiek aansluit. Welcome Reality (2011) luister ik ieder jaar nog minstens enkele malen, en dat kan ik van geen enkel dubstep- of gerelateerd elektronica-album zeggen.

Om het samen te vatten
Hierboven heb ik aan de hand van enkele van mijn favoriete albums wat van de criteria besproken op basis waarvan ik zeg dat ik muziek goed vind. En zo is dit uiteindelijk een veel langer stuk geworden dan ik had verwacht. Maar zo gek is dit niet: ik kan nooit in enkele zinnen uitleggen waarom bepaalde albums nu wel zo bij mij in de smaak vallen en andere niet. Al deze elementen spelen mee, en het is uiteindelijk ook voor een groot deel afhankelijk van hoe de artiest zichzelf aan de wereld presenteert en hoe je de muziek als luisteraar vervolgens tot je neemt wat bepaalt wat uiteindelijk “goede muziek” is.

Al met al zou ik nog wel willen stellen dat veel van mijn favoriete albums in zekere zin genreoverstijgend zijn. Wat ze doen, doen ze zo goed, dat ze ook heel goed gewaardeerd zouden kunnen worden door iemand die geen uitgesproken voorkeur voor het genre heeft. Ik heb sowieso geen uitgesproken voorkeur voor welk genre dan ook, wat dus goed verklaart waarom al mijn favoriete albums uit geheel uitlopende genres komen. Als iemand me voortaan vraagt wat mijn favoriete muziek is, zeg ik misschien wel: genreoverstijgende muziek.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: